Het orgel in de Ned. Hervormde Kerk te Hierden

 

 
 

Dispositie van het in 1979 gerestaureerde Proper orgel.

Hoofdwerk Bovenwerk
Prestant 8' Roerfluit 8'
Bourdon 16' Fluit 4'

 

Viola da Gamba 8' Roerquint 2 2/3 
Holpijp 8' Woudfluit 2'
Oktaaf 4' Terts 1 3/5 
Fluit 4' Dulciaan 8'
Quint 2 2/3 
Oktaaf 2'
Cornet 4' discant Pedaal
Mixtuur 4 -5 sterk Subbas 16'
Trompet 8' bas Gedekt 8'
Trompet 8' discant Basson 16'
Tremulant  
Koppels:  
Klavierkoppel  
Pedaalkoppel (hoofdwerk)  
Pedaalkoppel (bovenwerk)  
   
 
 
Inwijdingsplakette als dankbetuiging aan alle gevers 
die er voor zorgden dat er in de Dorpskerk een pijporgel 
geplaatst kon worden.
 
  Geschiedenis van het orgel.
1903 In het jaar 1903 werd aan de Kamper orgelbouwer Jan Proper opdracht gegeven tot de bouw van een mechanisch pijporgel. Het werd een éénklaviers orgel met een aangehangen pedaal. 
1930 In 1930 vond er een restauratie plaats, welke werd uitgevoerd door de orgelbouwer Dekker uit Goes.
Tijden deze restauratie werd het orgel van enkele waardevolle registers beroofd.
Zo werd de Kwint 2 2/3 vervangen voor een Aeoline 8' en de Fluit 2' voor een Viola di Gamba 8'
1956 De volgende restauratie vond plaats in 1956. Deze werd uitgevoerd door de orgelbouwer Willem van Leeuwen uit Leiderdorp. Hij kreeg de opdracht om het orgel geheel na te zien, waarbij de verminkingen uit de vorige restauratie grotendeels teniet werden gedaan. De dispositie na de restauratie van 1956 was als volgt:
Bourdon 16', (gehalveerd) Prestant 8', Gamba 8', Holpijp 8', Fluit 4', Octaaf 4', Roerquint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet 4 sterk diskant, Mixtuur 4-5 sterk baskant, Mixtuur 6 sterk diskant Trompet 8' en een Tremulant.
1979 In 1979 was het orgel weer aan een grote opknapbeurt toe. De windlade was dringend aan reparatie toe en het orgel had tijdens het spelen nog al eens last van "hangers". Ook het pedaalwerk was in een slechte conditie. Vooral in de herfst en winter, als de verwarming werd opgestookt voor de Erediensten en na enige uren weer uitging, ontstond er een grote temperatuurswisseling. Hier konden de diverse onderdelen in het orgel slecht tegen. Het uitzetten en krimpen van de materialen was dan ook debet aan de "hangers" die ontstonden. In de koude wintermaanden was de organist verschillende avonden in de week bezig met kleine herstelwerkzaamheden uit te voeren. Zo werd er tijdens perioden met strenge vorst de orgelkas met water besprenkeld om te zorgen dat het materiaal niet buitensporig kromp.
Tegenwoordig wordt het kerkgebouw op een vrij constante temperatuur gehouden, zodat bij het hoger zetten van de verwarming de temperatuursschommeling niet te hoog is. 
Tevens was in de loop der jaren het kerkgebouw wegens uitbreiding van de gemeente, vergroot. Het orgel echter was niet "meegegroeid". Het was dan ook geen overbodige luxe dat er een uitbreiding van het orgel zou plaatsvinden. De opdracht werd gegeven aan de firma Hendriksen en Reitsma uit Nunspeet. Zij kregen de uitdrukkelijke opdracht dat de stijl van het oude Proper orgel bewaard moest blijven. 
Het bestaande werk is geplaatst op het onderklavier, hoofdwerk, terwijl de uitbreiding een plaats kreeg op het nieuw aan te brengen bovenklavier, bovenwerk. De uitbreiding bestond uit 6 stemmen. Bovendien kreeg het orgel een vrij pedaal met 3 stemmen. Het orgel heeft 3 koppels en in totaal 20 stemmen op het register. Het orgelfront is ongewijzigd gebleven. Zowel de klavieren als het pedaal hebben een lichte aanslag. 
  Het orgel heeft een prachtige klank. Vooral de mild klinkende Dulciaan 8' op het bovenwerk en de Basson 16' in het pedaal. Zo zijn er diverse organisten met hun kerkbesturen naar Hierden getogen om te luisteren naar de klank van deze twee stemmen. Zo mocht dit eenvoudige orgel als voorbeeld dienen voor andere orgels vanwege de prachtige klank die deze registers laten horen. Als het kerkgebouw "leeg" is, hoort men een lichte nagalm. Echter, zodra de kerk geheel- of gedeeltelijk gevuld is met publiek,  is deze nagalm verdwenen. De oorzaak hierin is gelegen in het houten plafond welke in de kerk is aangebracht. Terwijl de aanwezige gordijnen en gedeeltelijk aangebrachte vloerbedekking hier ook geen goed aan doen.
Afgezien van de laatst genoemde minpuntjes is het een schitterend instrument. Menig organist en kerkbestuur 
zou wensen dat dit orgel in hun kerk zou staan. Het is ook van groot belang dat er zorgvuldig met dit instrument wordt omgegaan, zodat ook het nageslacht mag genieten van de klank die dit orgel voortbrengt.
   
  De organisten in het verleden en heden
  De eerste organist was Peter Brandsen. Deze Peter Brandsen had kinderen die de kunst verstonden om het orgel te bespelen. Hij werd dan ook al snel opgevolgd door zijn zoon Hartger Brandsen. 
Deze kreeg niet lang hierna een benoeming tot organist in de Grote- of Mariakerk te Harderwijk. Hij werd opgevolgd door de volgende zoon van Peter Brandsen, Aalt Brandsen.
Ook Aalt Brandsen had een zoon, Peter, die de kunst verstond om het orgel te bespelen. Elke zondag ging hij met zijn vader mee en zat naast hem op de orgelbank. Zij woonden aan de Elsweg, gelegen in plan Frankrijk en gingen elke zondag, net als vele anderen uit de omgeving, 2 maal daags lopend naar en van de de kerk in Hierden. 
Aalt Brandsen ging ook aan het Avondmaal. Hij ging dan achter het orgel vandaan en liep naar de gereedstaande Avondmaalstafel. Na de tafel werd er een psalm gezongen en moest de gemeente wachten totdat de organist zijn plaats achter het klavier weer had ingenomen. Op een keer was het weer zover en Aalt Brandsen stond op van zijn stoel om naar het orgel te gaan. 
Plotseling begint het orgel te spelen, verbazing alom. De psalm wordt ingezet en de gemeente begint te zingen. Na het zingen neemt Aalt Brandsen weer plaats achter het orgel, maar rept met geen woord over hetgeen er gebeurd is. Ook onder het middageten wordt er thuis niet over gesproken, maar zoon Peter is toch wel benieuwd hoe vader zijn orgelspelen vond in de kerk.
Als na het danken nog even wordt nagepraat vraagt hij dan ook aan zijn vader, "wat vond je ervan"?
Iedereen aan tafel is doodstil. Wat zal er komen? Dan komt het antwoord van vader Aalt Brandsen.
Het was goed. Je kunt vanmiddag weer gaan. 
Alhoewel dat laatste niet de bedoeling was, was het wel het begin van de organistenloopbaan van Peter Brandsen. 40 jaar heeft hij als organist de gemeente van Hierden mogen dienen en ontving hiervoor de versierselen behorende bij de medaille van Ridder in de orde van Oranje Nassau.  

  In zijn beginperiode speelde hij om en om met een neef, Aalt Brandsen de erediensten. Deze werd later benoemd tot diaken en vond dat hij beide functies niet kon combineren en stopte met het orgelspelen.
Vervolgens werd Nuij Kleermaker reserve-organist. Om gezondheidsreden is deze er mee gestopt om Erediensten te begeleiden. Af en toe wordt er nog wel een beroep op hem gedaan en hij is altijd bereidt om voor de vaste organist in te vallen. Ook de rouwdiensten welke in de kerk plaatsvinden worden door hem op het orgel begeleid  
In zijn plaats is Hartger Brandsen  gekomen, zoon van Aalt Brandsen, de eerdere reserve-organist. 

  Inmiddels is de plaats van Peter Brandsen ingenomen door zijn zoon, Aalt Brandsen. Ook hij ging zondags met zijn vader mee naar de kerk en zat naast hem op de orgelbank. Al snel bespeelde hij het orgel bij het uitgaan van de kerk. Speelde hij in het begin stukken van Bach, Pachelbet, later ging hij over op bekende geestelijke liederen. Dat sprak de mensen het meest aan. 
Je hoorde ze fluitend de kerk uitgaan. Kijk, zei eens een dominee, dat noem ik nou eens Evangeliseren, orgelspel afgestemd op de preek. Ook het orgel behoord tot de preek.  
Een bevestiging van het gesproken woord muzikaal tot uiting gebracht. Een Amen.
Aalt Brandsen speelde zijn eerste officiële dienst op 30 december 1966. Het was de trouwdienst van het echtpaar Mosterd welke geleidt werd door wijlen Ds. Van Brummelen. Dat hij deze dienst speelde was een samenzwering tussen Ds. Van Brummelen en vader Peter Brandsen. Deze laatste kon zogenaamd geen verlof van zijn werk krijgen. Niemand anders was beschikbaar, dus.........spelen.
Vanaf dit moment werd niet alleen voor- en na de dienst gespeeld, maar volgden er ook begeleidingen in de dienst zelf. Peter Brandsen gaf wegens gezondheidsredenen steeds vaker de diensten over aan zijn zoon Aalt en na een korte periode werden alle diensten door Aalt Brandsen tot op heden gespeeld.
Vermeldenswaard is hier wel dat het steeds overging van vader op zoon.
Van Peter naar Aalt naar Peter naar Aalt in rechte lijn. Ook de voornamen komen om en om steeds terug.
  In oktober 2006 ontvangt het college van kerkrentmeesters een brief van kerkorganist Aalt Brandsen waarin deze het college verzoekt om hem per 1 januari 2007 wegens gezondheidsredenen (diabetes en hoge bloeddruk ) ontslag te verlenen. Het college verleent Aalt Brandsen per 1 januari 2007 eervol ontslag. Het was niet alleen de gezondheid die hier parten speelde, er was ook geen opvolger aanwezig in de familietraditie van vader op zoon. Zijn leermeester Willem Hendrik Zwart vertelde hem ooit eens dat zijn vader Jan Zwart zichzelf en zijn kinderen voorgehouden had, dat zodra er zich zaken aankondigen die van invloed op je spelen zijn, je moet stoppen. Niet wachten totdat je niet meer kunt spelen, want dan is het te laat.

Helaas is hiermee is een einde gekomen aan een familietraditie van 103 jaar orgelspelen van vader Brandsen op zoon Brandsen.

Op 31 december 2006, in de oudejaarsavonddienst, speelde Aalt Brandsen zijn "laatste" dienst.

Na de dienst sprak ds. Van de Kamp hem toe en spreekt vol lof over de toewijdding en getrouwheid waarmee in die 40 jaar de gemeente is begeleid op het orgel.
Als laatste speelt Aalt Brandsen de gemeente toe met een improvisatie over het lied;
'k Wil U o God mijn dank betalen.
Onder het spelen van dit lied is het heel stil in de kerk, je kunt een speld horen vallen, immers, hier klinkt door dat God gedankt wordt voor gaven en krachten om 40 jaar in Zijn Huis te mogen spelen. Dan wordt je klein van binnen en vraag je je zelf af; waar heb ik dat aan verdient o HEERE? Het was louter genade.

Enkele maanden later krijgt hij uit handen van burgemeester Berends van Harderwijk de versierselen opgespeld behorende bij de medaille als lid in de orde van Oranje Nassau. 
Niet alleen voor zijn 40 jarig organisten jubileum, maar ook als dirigent van gemengde koren, het oprichten van de Stichting Buro Grena, en niet in de laatste plaats voor het oprichten van een gehandicaptenkoor op
's Heerenloo. Dit laatste is op vrijwillige basis en hier gaat enorm veel tijd in zitten.